Zo Zonder Jou

Overvallen door
Mooi verdriet
Ik, die van tranen geniet
zodra ze een verhaal vertellen
Een verhaal belangrijk genoeg om gehuild te worden
Druppels van Hartstocht en Afwezigheid

Het ontbreken van volledigheid
ongedeelde stukken zaligheid

Rollend over onbeminde wangen
opgevangen
grond die jouw voeten niet betreden zullen

eenzame liefde, zo zonder jou

verhaal huilt zo, zonder ons

Advertenties

tranend hart
klopt stil
ritmeloos verdrietig
haat verzint
wat zinloos gaat

wetensloos eigen slachtoffer
van domme drang
onbereikte pijn
slaat door
in moord

onverwoord verwoestend
wat leven koestert

ontdooi
stenen hart

Liefdesimpressie

Onbeschrijfelijk Leven
Danst op Ritme van Vogelpoten
die Wintergoten doorlopen

Schuif, lief Leven
vanuit mijn Hart
tot in mijn Vingerkoten

Mijn Huis huilt
Onbeschaamde Tranen
van vol Thuiskomen

Vertrouwde Blik
Weerkaatst in Elementen
die mij niet toebehoren

Onverdroten Gaten
van mijn Ziel
die met het Leven onderarms
de Liefde tonen

Lang zal ze leven…

Morgen wordt mijn dochter tien
Neen, ik krijg haar niet te zien

De dag dat ik je scheiden zou
wist ik zeker dat ik dit niet wou

Toch gaat het als jij denkt ‘het moet’
Maar weet je hoezeer mijn hart nu bloedt?

Ach, wat moet je met ‘normaal’
we spreken een volkomen andre taal

Jij verstand, ik het hart
schijnbaar samen, maar apart

Onze buik heeft nooit gesproken
door onwetendheid gebroken

Mis ik haar nu morgen maar
Maak jij dan haar ontbijtje klaar?

Zing je morgen haar verjaardagslied
en vergeet je daarbij niet

haar te zeggen dat ik van haar hou
haar tien verjaardagsknuffels geven wou?

Misschien hoort ze in de verte mijn noten zweven
want hoe dan ook, morgen zing ik
LANG ZAL ZE LEVEN!

Kattig

‘Poes’. Zo noemt hij me. Ik heb deze man twee keer ontmoet. Naïefweg vraag ik hoe ik hem dan zal noemen.
‘Jouw seksslaaf’, appt hij me terug. Gevolgd door zo’n teveelzeggend knipoog-emoticon.
Waarschijnlijk heeft hij gelijk. Is dat wat hij is.
Terwijl het bloed nog uit mijn hart sijpelt, doet hij het toch gedeeltelijk andere kanten op stromen. Omleiding.

(Toegeven aan gulzige mannen die alles doen om me naar die kattennaam te doen luisteren, is als hoogverraad aan onze liefde.)

Ze smeken me met hen te spelen, maar ik zoek koortsachtig naar mijn enige wapen in deze reeds verloren strijd: woorden. Woorden om ervaringen tot leugens te maken. Ze minstens te bagatelliseren.

Vorige week donderdag om één uur ’s nachts, kwam hij, na wat heen-en-weer geapp, mijn oprit opgereden.
Online was hij grappig en uitdagend. Humor trekt me steeds vaker voorbij de streep van gezond verstand.
Hij had iets gay, waardoor ik hem in één klap erg lief vond. Zijn lach was kinderlijk verlegen. We gaven elkaar een kuise kus op de wang en stamelden wat kennismakingstaal. Van de online ophitsing schoot plots niets meer over.

Ondanks de spanning van deze situatie, waren we beiden erg moe en spraken we af in elkaars onbekende armen in slaap te vallen. Gewoon gezellig.
Ik vond het een mooi alternatief voor het elkaar beleefd verpletteren met profielbeschrijvingen aan één of andere restauranttafel.

Ongegeneerd kleedde hij zich uit in mijn schemerverlichte slaapkamer. Ik nam hem op vanuit mijn rechterooghoek zonder hem aan te kijken. Hij was erg mager. Mooi noch lelijk. Wel interessant. Alleen al dat hij dit deed. En ik het toeliet.

Zoals een buurjongen en -meisje die voor het eerst in de tuin van hun ouders kamperen, en daardoor de eerste nacht naast elkaar zullen doorbrengen. Alle twee benieuwd of er alleen maar geslapen zal worden. Ondeugend haakten onze ogen in elkaar. Hij beloofde me niet te kussen. Ik daagde hem succesvol uit zijn belofte te breken.

De tederheid waarmee zijn volle lippen de mijne raakten, creëerden de illusie van een langzame kennismaking. Nog nooit had ik lust zo zacht op mijn hele lichaam weten landen. (Heel even vergat ik jou.)
Kan niet-liefde ook zo zoet smaken? Hoef ik mijn hart niet op het spel te zetten om bemind te worden?

Ik weet niet of we elkaar nog zullen zien. Ondanks al het online ‘gepoes’.

Miauw.

Niet-liefde

Jouw levensverhaal brult angst in ieder hoofdstuk.

Net zoals vrijheid komt met verantwoordelijkheid, ontsnapt ook gevangenschap daar niet aan.

Verantwoordelijk voor jouw tralies en het geloof daarbinnen te moeten leven.
Verantwoordelijk voor jouw beknellende gedachtes die je mooi op je zogenaamde plaats houden.
Verantwoordelijk voor jouw niet aflatende verlangens naar echtheid.
Verantwoordelijk voor het niet-leven dat je verkiest.

Van liefde is geen sprake als je er niet voor gaat staan. Dan is ze enkel een excuus om je vast te klampen aan een hoopvolle mogelijkheid.

Ga dan tenminste met trots staan voor het hok dat je naderhand zo bekend is. Maar hou op met je niet geleefde wijsheden in mijn oor te fluisteren.

Wees man. En daarmee mannelijk. Stoer en sterk.

In je veelheid aan woorden daalt de waarde van betekenissen.

Ik vergeet wat je tegen me zei, maar nooit hoe hard ik me door jou in de steek gelaten voelde.

Het ga je goed, gevangene en cipier, in de kelders van je miskende koninkrijk.

Jouw koningin.

Mijn sprookjesleven

Beste Gebroeders Grimm,

Ook ik ben groot geworden met jullie Assepoester, Sneeuwwitje, Raponsje, tot prinsen wordende kikkers, verloren muiltjes, en kussen die tot leven wekken.

Als klein meisje was het voor mij dan ook meer dan aannemelijk dat mijn prins op een goede dag onder mijn raam zou verschijnen. Dat ik enkel twee lange vlechten en een romantische paardenrit verwijderd was van eeuwigdurend prinsessengeluk, was glashelder.
Elke dag werd een les in geduld. Deze heel erg parate prinses had echter een onvermurwbaar vertrouwen en zou niet rusten tot ze in prinselijke armen verdween.

Toen hij echter op mijn zestiende op een blinkende Aprilia – die naderhand meer aandacht kreeg dan mij ooit te beurt zou vallen – aan mijn deur verscheen, had ik hem niet herkend. Met een hangende peuk uit zijn mond, riep hij me toe snel naar buiten te komen, zodat mijn moeder hem niet zag.

Het spijt me, Gebroeders Grimm, hij was zo anders. Hoe kon ik het weten? Zijn naar bier stinkende adem bracht meer vergif dan leven in mijn lijf. Hij sprak een taal die allesbehalve koninklijk klonk. En zijn onuitputtelijke begeertes stonden in de weg van elke mogelijke hofmakerij.

Gelukkig werd het geen leven lang met de Aprilia boy en evenmin met de skater, de blower, de rocker en de womanizer.

Vergeef me als ik mijn beide muiltjes nog even aanhouden wil en pompoenen met enige argwaan aanschouw. Ik zit het nog wel even uit zo. Bedankt.

Met Hoffelijke Groeten,
Een Geduldige Prinses

O ja, moest er nog ergens een Ezeltje Strekje en Tafeltje Dekje in de aanbieding zijn, laten jullie mij dan iets weten? Dit prinsessenleven kan wel een duwtje gebruiken. Maar hou de knuppel maar in de zak, ondertussen kan ik mijn mannetje wel staan. Thanks! 😉